Skip to content
Terug naar het periodenoverzicht

De Bronstijd

In de loop van het tweede millennium voor Chr. werd (vuur)steen, dat in de honderdduizenden jaren daarvoor als grondstof voor wapens en gereedschappen diende, geleidelijk vervangen door brons. Deze periode wordt daarom de Bronstijd genoemd. Over Zeeland in de Bronstijd is relatief weinig bekend. Grote delen van het landschap bestonden in deze tijd uit moerassen, kreken en getijdengebieden, waardoor het gebied moeilijk bewoonbaar was. Er zijn geen duidelijke sporen van permanente nederzettingen of boerderijen uit deze tijd in Zeeland gevonden. Kennis van hoe mensen hier leefden, hoe dorpen eruitzagen of hoe de samenleving was georganiseerd is dus beperkt. Toch zijn er enkele aanwijzingen dat mensen ook in deze periode in Zeeland leefden of het gebied gebruikten. Enkel in het hogere en drogere kustgebied waren de omstandigheden gunstig voor bewoning. Een opmerkelijke vondst is die van potscherven uit de omgeving van Nieuw-Namen. Dit was geen duingebied, maar het lag wel vrij hoog en het grensde aan een gebied in Vlaanderen waar sporen van Bronstijdbewoning zijn gevonden. Mogelijk verbleven mensen in drogere periodes tijdelijk in Zeeland of gebruikten ze het gebied als jacht-, vis- of verzamelgebied. Een andere bijzondere vondst uit deze periode is een bronzen speerpunt uit de duinen in de omgeving van Haamstede. Bronzen voorwerpen werden gemaakt van een mengsel van koper en tin. Omdat deze grondstoffen niet in Zeeland voorkomen, moesten ze van elders worden aangevoerd. Dat wijst op contact met andere regio’s.

De Bronstijd